Lied van de Strodak Hut

shitou - lied van de strodakhut

Sekito Kisen / Shitou Xiqian (700 – 790)

Ik heb een strooien hut gebouwd die niets van waarde bevat.

Na het eten ontspan ik en geniet van een dutje.

Toen de hut klaar was, verscheen er vers onkruid.

Nu hij langer bewoond is, heeft het onkruid alles overwoekerd.

De persoon in de hut leeft hier rustig,

niet gehecht aan binnen, buiten of iets ertussenin.

Op plekken waar wereldse mensen leven, leeft hij niet.

Wat wereldse mensen waarderen, boeit hem niet.

De hut is weliswaar klein, maar hij omvat de hele wereld.

Op enkele vierkante meters verlicht een oude man alle vormen en hun aard.

Bodhisattva’s van het Grote Voertuig bezitten een onwankelbaar vertrouwen.

Een gemiddeld of eenvoudig iemand vraagt zich onwillekeurig af:

zal zo’n hut wel stand houden?

Vergankelijk of niet, de oorspronkelijke meester is aanwezig,

hij verblijft noch noord of oost, zuid of west.

Er is niets dat deze stevige basis kan overtreffen.

Een schitterend venster onder de groene dennen,

jade paleizen of vermiljoenkleurige torens halen het er niet bij.

Gewoon zittend, met het hoofd bedekt, is alles vredig.

De monnik hier op deze berg begrijpt niets.

Hij leeft hier zonder nog langer te streven naar bevrijding.

Wie zou hier trots zitplekken gaan ordenen om gasten te lokken?

Richt het licht naar binnen, laat het stralen. En keer daarna gewoon weer terug.

De onvoorstelbaar uitgestrekte bron kun je niet benaderen noch verlaten.

Ontmoet de voorouderlijke leraren, raak vertrouwd met hun onderricht.

Verzamel wat stro om een hut te bouwen, en geef niet op.

Laat honderden jaren gaan en ontspan volledig.

Open je handen en ga, ga je gang, onbevangen.

Duizenden woorden, talloze interpretaties,

ze zijn er alleen maar om je te bevrijden van hindernissen.

Als je kennis wilt maken met de onsterfelijke persoon in de hut,

wees dan volkomen deze zak vol botten (‘skinbag’), hier en nu.